| | |
Freinetonderwijs
Het Freinetonderwijs beschouwt de school als een leef-werkgemeenschap waar leerlingen, leerkrachten en ouders samen verantwoordelijkheid dragen voor elkaar, de school en de omgeving. Er is respect voor de mening en inbreng van iedereen. Kinderen leren om zelf na te denken, beslissingen te nemen, kritiek te geven en te ontvangen.
In het Freinetonderwijs en dus ook op de Windroos staan de ervaringen van het kind centraal. Kinderen onderzoeken de werkelijkheid in en buiten de school. Ze bouwen kennis op en vergroten hun inzicht door uit te proberen, te onderzoeken, te ervaren, te lezen, na te denken en met de groep van gedachten te wisselen. Deze manier van werken stelt het kind in staat om de opgedane kennis en ervaringen beter op te slaan, te verwerken, toe te passen en uit te breiden. | Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Samen verantwoordelijk
Leven en werken in onze school gaat uit van samenwerking tussen ouders, leerlingen en leerkrachten. Samen streven zij naar een zo optimaal mogelijke ontwikkeling van de kinderen. Goed contact tussen ouders en leerkrachten is daarbij een voorwaarde. Daarom zijn ouders van harte welkom in de school en in de groepen, voor overleg met de leerkracht, om te helpen of om te zien waar kinderen mee bezig zijn.
| Ouders in de Windroos; Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | | Leermethodes
Naast typische Freinettechnieken voor taal- en leesonderwijs gebruikt de Windroos gangbare lees-, schrijf- en spellingmethodes. Kinderen leren correct schrijven van letters en cijfers met de schrijfmethode Novoskript. Vanaf groep drie oefenen kinderen hun spelling met de spellingsmethode Zin in Taal. Ook werken ze met onderdelen uit de methode voor begrijpend lezen Goed gelezen. Voor technisch leren lezen gebruiken we de avi-methode. | Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Levend leren
Het basisonderwijs op de Windroos gaat uit van de ervaringen van kinderen. Levend leren noemen we dat. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig naar de wereld om hen heen en hebben daarbij behoefte aan een omgeving waarin ze leren vertrouwen op hun eigen mogelijkheden. Een omgeving waarin ze met hun eigen vragen en interesses aan de slag kunnen en waarin ze zelf ontdekken welke manier van leren het beste bij hen past. De Windroos biedt kinderen die omgeving, waarin zij zich op hun eigen, natuurlijke manier ontwikkelen.
| Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Kerndoelen basisonderwijs
Kerndoelen zijn streefdoelen die aangeven waarop basisscholen zich in Nederland moeten richten. Ze beschrijven het onderwijsaanbod op de basisschool in grote lijnen. Niet alles wat op school gebeurt, is hierin voorgeschreven. De kerndoelen gaan over wat in elk geval aan de orde moet komen. Daarnaast hebben scholen ruimte voor een eigen, specifiek onderwijsaanbod. Om de kerndoelen daadwerkelijk in het onderwijs te gebruiken, is een uitwerking in methoden nodig. Dat kan op veel verschillenden manieren. De school bepaalt zelf hóe leerlingen het niveau van de kerndoelen behalen.
In 2004 heeft OCW samen met scholen en onderwijskundigen 58 nieuwe kerndoelen voor het basisonderwijs opgesteld. Die zijn in het schooljaar 2005-2006 van kracht geworden. Per augustus 2006 werken ook de kleutergroepen hiermee. In augustus 2009 zullen de kerndoelen voor het gehele basisonderwijs van kracht zijn. Er zijn twee typen kerndoelen in het basisonderwijs, te weten de leergebiedspecifieke kerndoelen en de leergebiedoverstijgende kerndoelen.
Externe links:
| Onderwijsdoelen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Leergebiedspecifieke kerndoelen
Leergebiedspecifieke kerndoelen gaan over een bepaald leergebied. Het gaat om:
Voor scholen in Friesland geldt nog een leergebied, namelijk Friese taal.
Externe Links:
| Onderwijsdoelen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Leergebiedoverstijgende kerndoelen
Leergebiedoverstijgende kerndoelen zijn gericht op het ontwikkelen van algemene vaardigheden en worden daarom niet ondergebracht bij een specifiek leergebied. Deze doelen gaan over het hele onderwijsaanbod op school en zijn gegroepeerd rond de volgende thema's:
De complete lijst met kerndoelen voor het basisonderwijs is te vinden op kerndoelen.kennisnet.nl (zonder www!). | Onderwijsdoelen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Jenaplan
Het Jenaplanonderwijs ziet de school als een leef-werkgemeenschap. Kinderen van verschillende leeftijden leven en leren samen in een groep. De Windroos werkt met zulke combinatiegroepen, waardoor kinderen afwisselend ‘de oudsten’ en ‘de jongsten’ zijn. Zij werken en spelen volgens een ritmisch weekplan. In dit weekplan komen vier basisactiviteiten voor:
- Werk: kinderen zijn bezig met hun werk of krijgen instructie
- Gesprek: kinderen informeren elkaar en leren elkaar te begrijpen
- Spel: kinderen leren spelenderwijs rekening met elkaar te houden
- Viering: kinderen uit alle groepen laten elkaar zien waar ze in hun eigen groep mee bezig zijn en delen met elkaar wat hen bezig houdt
De belangrijkste viering is de weeksluiting. Op vrijdag verzamelen alle kinderen van de Windroos zich in ‘de kuil.’ Met zang, dans, spel en werk laten ze zien wat ze die week gedaan en geleerd hebben. Ouders zijn welkom om bij de weeksluiting aanwezig te zijn. Zij krijgen daardoor een beeld van wat er zoal op school gebeurt.
| Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Ervaringsgericht onderwijs
Wij vinden het belangrijk dat kinderen betrokken zijn bij hun spel en werk. Deze betrokkenheid is het grootst wanneer ze vanuit hun eigen ideeën en ervaringen aan het werk mogen gaan. Leerkrachten zien wat er leeft bij kinderen en sluiten daar met hun onderwijsaanbod en werkvormen op aan. | Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Kind centraal
In ons vernieuwingsonderwijs staat het kind centraal. Wat betekent dit in de praktijk? Het betekent níet dat elk kind één op één begeleiding krijgt van de leerkracht. Wèl dat kinderen hun vragen, verhalen, ervaringen en voorwerpen mee naar school nemen en daar in de groep mee aan de slag gaan. Naast leermethodes maken wij dus vooral gebruik van de eigen inbreng van kinderen en vertalen die naar het onderwijsaanbod. De werkvormen zijn voor de kinderen herkenbaar en geven structuur aan hun activiteiten. | Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Kringen
De kring is een belangrijke werkvorm waarbij de inbreng van kinderen centraal staat. Alle kinderen van de groep komen dan bij elkaar om met elkaar te delen waar ze mee bezig zijn. Aan het begin van de dag kunnen zij meegebrachte spullen laten zien en vertellen over hun belevenissen of bespreken wat er in hun omgeving gebeurt. Ook maken de kinderen in de kring afspraken met de leerkracht en met elkaar over wat ze die dag gaan doen en hoe zij hun werk organiseren. Aan het eind van de dag ontmoeten kinderen elkaar vaak opnieuw in de kring. Ze vertellen wat ze gedaan hebben, en tonen elkaar de resultaten. Ze stellen elkaar vragen of geven antwoorden.
De kring biedt ruimte voor het delen van persoonlijke ervaringen; zowel leuke als verdrietige. Door naar elkaar te luisteren leren kinderen elkaar beter kennen en raken betrokken bij elkaars wel en wee. Ze geven elkaar tips, bieden elkaar hulp aan en leren samen oplossingen te zoeken voor problemen en conflicten.
De leerkracht stimuleert kinderen om hun bijdrage te leveren aan de kring. Kinderen die introvert of verlegen zijn worden uitgenodigd om vaker het woord te nemen of om te reageren op verhalen van anderen. Kinderen die van nature graag het middelpunt zijn, leren juist om naar anderen te luisteren.
Bijzondere kringen:
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Praten over conflicten
In een klas waar kinderen samen met elkaar werken en spelen, gebeuren veel leuke dingen. Kinderen maken samen iets moois, helpen elkaar, bedenken samen plannetjes. Natuurlijk zijn er af en toe ook botsingen. Meningsverschillen lopen soms uit op een ruzie. Door samen te praten over conflicten, leren kinderen om naar de verschillende kanten van een probleem te kijken, elkaar te respecteren en samen te zoeken naar oplossingen. Natuurlijk zijn er ook ruzies waarbij de leerkracht direct moet ingrijpen. Maar ook hierbij geldt dat dergelijke conflicten later in de kring worden besproken. Ook van minder leuke dingen valt te leren. | Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Vergaderkring
Vanaf groep 4 kunnen kinderen hun ideeën, klachten, complimenten of voorstellen opschrijven in een speciaal schriftje of op een groot vel papier aan de muur. Tijdens de wekelijkse vergaderkring worden deze binnen de groep besproken. Kinderen maken in de vergaderkring hun eigen groepsafspraken. Bijvoorbeeld: “Iedereen helpt met opruimen tot het klaar is,’’ of, “tijdens het zelfstandig werken is het stil, zodat iedereen zich goed kan concentreren.”
Stap voor stap leren kinderen in de vergaderkring gebruik te maken van verschillende vergaderstijlen en -technieken. Zoals het voorzitten van de kring, het weergeven van de verschillende meningen, het samenvatten van de afspraken en het maken van een verslag.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Schoolkring
Kinderen kaarten soms thema’s aan die niet alleen hun eigen groep, maar de hele school aangaan. In dat geval wijzen ze een vertegenwoordiger aan die het onderwerp bespreekt tijdens de maandelijkse schoolkring. De afgevaardigden uit de verschillende groepen overleggen samen welke afspraken nodig zijn en leggen die na afloop weer voor aan hun eigen groep. Zo kunnen kinderen zelf besluiten om voortaan niet meer op schoolplein te fietsen omdat veel andere kinderen daar last van hebben. Kinderen kaarten soms thema’s aan die niet alleen hun eigen groep, maar de hele school aangaan. In dat geval wijzen ze een vertegenwoordiger aan die het onderwerp bespreekt tijdens de maandelijkse schoolkring. De afgevaardigden uit de verschillende groepen overleggen samen welke afspraken nodig zijn en leggen die na afloop weer voor aan hun eigen groep. Zo kunnen kinderen zelf besluiten om voortaan niet meer op schoolplein te fietsen omdat veel andere kinderen daar last van hebben.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Werkhoeken
Kinderen kunnen hun ideeën en ervaringen uitwerken in zogenoemde werkhoeken. Dat kan in de eigen groep, maar ook schoolbreed. Door samen te werken en plezier te maken leren kinderen vertrouwen op hun eigen mogelijkheden in een omgeving waarin ze met hun eigen vragen en interesses aan de slag kunnen.
Tot en met groep drie kunnen kinderen kiezen uit allerlei werkhoeken, waar zij spelenderwijs leren. In de groepslokalen en in de ruimte daarvoor zijn verschillende werkhoeken ingericht, zoals een taalhoek, rekenhoek, leeshoek, meet- en weeghoek, constructiehoek, knutselhoek, muziekhoek, schilderhoek, puzzelhoek, spelletjeshoek, huishoek, toverhoek en sporthoek. Vaak is de inbreng van kinderen aanleiding voor het inrichten van een themahoek, bijvoorbeeld een ziekenhuis, een postkantoor, een schoenenwinkel of een camping.
Kinderen denken ook mee over de inrichting van werkhoeken. Samen bedenken ze thema’s voor nieuwe hoeken, welke materialen daar voor nodig zijn, hoe ze aan die materialen kunnen komen en waar de spulletjes het beste kunnen worden neergezet of opgehangen. Hierdoor ervaren kinderen hoe ze invloed kunnen krijgen op processen om hen heen. Ze voelen zich thuis in een omgeving die ze zelf meehelpen vormgeven, en ze voelen zich verantwoordelijk voor wat ze als ‘hun’ ruimte gaan beschouwen.
Vanaf groep drie neemt het aantal uren dat kinderen in de werkhoeken bezig zijn geleidelijk af. Toch blijven de werkhoeken binnen alle groepen een belangrijke plek innemen, waar de kinderen een aantal uren per week spelen, onderzoeken en creatief aan de slag gaan. De werkhoeken krijgen steeds meer een projectmatig karakter. Vaak worden ouders uitgenodigd om een groepje kinderen te begeleiden, bijvoorbeeld bij het fietsen repareren, een film maken, omgaan met elektriciteit of bouw- en timmeractiviteiten.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Instructie
Vanaf groep drie krijgen de kinderen naast de gesprekken in de kring en de ervaringen in de werkhoeken natuurlijk ook instructie. De leerkracht legt bij verschillende vakgebieden nieuwe onderwerpen uit en oefent samen met de kinderen nieuwe kennis en vaardigheden.
Stil werk
Op vaste momenten van de dag werken kinderen zelfstandig (alleen of in groepjes) aan hun opdrachten op het gebied van schrijven, lezen, spelling en rekenen. In de bovenbouw komen hier ook nog topografie, studie en Engels bij. Zij leren stap voor stap hun eigen concentratie, werkhouding en planning in te zetten. Zo ontwikkelen zij hun eigen leerstijl. | Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Vieringen
Naast alle werkvormen is er op de Windroos ook tijd om te vieren. Feesten en vieringen versterken het gevoel van saamhorigheid en plezier. Feesten en vieringen zijn iets om naar uit te kijken en samen voor te bereiden. Met als hoogtepunt de dag zelf waarop het feest wordt gevierd. Ook geven de feesten het ritme van de seizoenen aan; er is veel aandacht voor het jaargetijde waarin het feest plaatsvindt. Bij het lentefeest staat het ontluiken van de natuur centraal. Het zomerfeest markeert de afsluiting van een schooljaar voor de grote vakantie. Het eerste feest in het nieuwe jaar is het boekenfeest vlak voor de herfstvakantie, met het thema van de kinderboekenweek als onderwerp. Tijdens het Kerstfeest staan we stil bij de zich terugtrekkende natuur. We praten met kinderen over thema’s als licht, warmte, vriendschap en verbondenheid.
Weeksluiting
De belangrijkste viering is de weeksluiting. Op vrijdag verzamelen alle kinderen van de Windroos zich in 'de kuil' in de centrale hal. Met zang, dans, spel en werk laten ze zien wat ze die week gedaan en geleerd hebben. Ouders zijn welkom om bij de weeksluiting aanwezig te zijn. Zij krijgen daardoor een beeld van wat er zoal op school gebeurt.
Verjaardagen
De belangrijkste dag voor elk kind is zijn eigen verjaardag. Elke groep heeft zijn eigen ceremonie om verjaardagen te vieren. Er worden liedjes gezongen en kaarsjes aangestoken. In de bovenbouw kunnen enkele kinderen de voorbereidingen voor een verjaardag op zich nemen. Zij bieden de jarige bijvoorbeeld een zelfgemaakt cadeau of een toneelstukje aan. Tijdens de weeksluiting mogen alle jarigen van de afgelopen week op het podium komen. Ze krijgen dan een ketting of een kaart en worden door de hele school toegezongen.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Feesten
Feesten hebben vaak een thema waar kinderen twee weken van te voren mee aan de slag gaan. Ze maken werkstukken, schrijven gedichten, studeren toneelstukjes en liedjes in en dragen die aan elkaar voor. Tijdens het Kerstfeest doen we dit tijdens het kerstontbijt. Kinderen luisteren naar een mooi kerstverhaal, zingen liedjes en houden hun eigen voordrachten. Daarna komt de hele school samen in de kuil voor het kerstspel door de leerkrachten.
Ook het zomerfeest kent een grote traditie van voorbereiding. In hun eigen groep zijn kinderen vaak al weken van te voren bezig met het thema van het feest. Voorbeelden van thema’s die de afgelopen jaren aan de orde waren zijn: de Olympische Spelen, de Oertijd, Het Circus en Water. Een groep ouders denkt samen met een aantal teamleden mee over de invulling van de dag. Ze maken kostuums en decors, zorgen voor de catering en begeleiden groepjes kinderen tijdens de opdrachten en spelletjes op de dag zelf. Het zomerfeest wordt bij mooi weer buiten gehouden op een passende locatie. Aan het eind van de dag is er een eindspel. Leerkrachten en kinderen voeren samen een theaterstuk op voor de school en de ouders. Elk zomerfeest sluiten we af met een gezamenlijke picknick.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Weekplan
Vanaf groep 3 werken de kinderen met weekplannen. In het weekplan krijgen alle werkvormen een vaste plek. Het weekplan biedt de kinderen structuur; zij weten wanneer de vergaderkring is, wanneer ze gym hebben en dat ze na het stil werken lekker buiten kunnen spelen. Met een dag- of weekplan leren kinderen hun activiteiten zo veel mogelijk zelf te plannen en te ordenen, op een manier die het beste bij hen past en die voor hen persoonlijk de meeste resultaten oplevert. De leerkracht observeert dit proces en kijkt welke kinderen extra uitleg of juist extra uitdaging nodig hebben. Naarmate kinderen ouder worden, leren ze zelfstandiger te werken en dus ook te plannen.
Het dag- of weekplan is ingedeeld in verschillende kolommen. Daarin staat welke taken je op een bepaalde dag of in een bepaalde week moet doen. De leerkracht vult een deel van deze taken van tevoren in, die zijn dus voor iedereen hetzelfde. Vaak staat vermeld bij welke taken eerst een instructie nodig is. Op het weekplan noteren kinderen ook hun eigen plannen die ze in de kring gemaakt hebben.
Stap voor stap leren kinderen dus zelf hun activiteiten plannen in de komende week. Ook kijken zij elke week samen met de leerkracht terug op hoe ze met hun weekplan hebben gewerkt (reflectie). Samen maken ze werkafspraken.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Ontwikkelingsgericht onderwijs
Met ontwikkelingsgericht onderwijs wil de Windroos bereiken dat elk kind zich op een eigen, natuurlijke manier ontwikkelt. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig naar de wereld om hen heen. Op de Windroos krijgen kinderen ruimte en begeleiding om zelf te ontdekken en zelf hun vragen te stellen. Ze worden uitgedaagd om hun eigen antwoorden te zoeken en om hun eigen keuzes te maken. | Vernieuwingsonderwijs | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Ieder kind een eigen kompas
Kinderen ontwikkelen op de Windroos ieder hun eigen kompas. Daarbij staat de persoonlijke ontwikkeling centraal. De ‘natuurlijke’ leergierigheid is de belangrijkste motor voor de ontwikkeling. Door kinderen al van jongs af aan te laten kiezen voor eigen onderwerpen (studies) en hier met een bepaalde structuur aan te laten werken, ontwikkelen zij hun eigen manier van werken en kennis verwerven via hun eigen interesses. Leerkrachten en ouders houden via actieve monitoring de ontwikkeling van het kind duidelijk in beeld en zo kunnen zij waar nodig coachend bijsturen.
De Windroos daagt kinderen uit en inspireert hen om kennis te verwerven in tegenstelling tot het “kennis er in gieten”. Doordat zij steeds met eigen belevenissen op school kunnen komen, met eigen verhalen en vragen, ontstaat samenhangend onderwijs op meerdere vakgebieden dat aansluit op hun belevingswereld. Op die manier ontwikkelen kinderen een eigen kompas met samenhang en balans tussen kennen en begrijpen, kunnen en doen, invoelen en communiceren én zelfsturing. | Kinderen in beeld; Onderwijsdoelen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Ouderhulp
Bijna elke basisschool maakt tegenwoordig gebruik van de hulp en inzet van de ouders. Op de Windroos betekent ‘ouderparticipatie’ veel meer dan het verlenen van hand- en spandiensten. De ouders ondersteunen actief het onderwijs en kunnen meedenken en meebeslissen over schoolse zaken. Een belangrijk organisatorisch onderdeel van ouderhulp is het werken met groepsouders. Zij ondersteunen de leerkrachten en bespreken de voortgang en activiteiten in de groep. Minimaal drie keer per jaar overleggen alle groepsouders met directie en team(leden) over de ontwikkelingen in de school. Het werken met groepsouders is vastgelegd in afspraken (‘Groepsouders, informatie en afspraken, november 2008’).
Ouders zijn betrokken bij het lezen, helpen mee in de werkhoeken, in de tuin of met koken en bieden allerlei andere vormen van praktische hulp. Ouders die ergens bedreven in zijn (bijvoorbeeld door een hobby of beroep) komen hierover op school vertellen of dragen bij in de vorm van een muziekles, door te koken, te knutselen of te timmeren met de kinderen. Ook bij de vieringen spelen de ouders een rol. Bijvoorbeeld door te helpen bij de voorbereiding, op de dag zelf, door te musiceren, te koken of foto’s te maken. Door op school actief te zijn, beleven de ouders mee waar hun kinderen mee bezig zijn.
Bij de weeksluiting op vrijdag zijn ouders, maar ook broertjes, zusjes, opa’s, oma’s en andere belangstellenden welkom. Verder kunnen ouders plaatsnemen in commissies of incidenteel een bijdrage leveren, bijvoorbeeld door schoon te maken of te klussen op school. Minstens twee keer per jaar is er een ouderavond per groep. De leerkrachten vertellen over de manier van werken in de groep en over de projecten waar de kinderen mee bezig zijn.
| Ouders in de Windroos | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Presentatie
In het groepslokaal is het werk van de leerlingen op verschillende manieren zichtbaar, onder andere op de kijktafels, in het klassendag- of weekboek, in de vorm van studiepresentaties en op de prikborden en wanden. Op die manier krijgen ouders en belangstellenden de resultaten en ontwikkelingen van de groep goed in beeld. Ook in de weeksluiting op de vrijdagmiddag presenteren groepen een project, onderwerpen waar zij mee bezig zijn en de resultaten van hun werk op een creatieve manier. Aan elkaar en aan ouders. Alle ouders zijn bij deze weeksluitingen welkom. | Kinderen in beeld | Systeemaccount |
| | |
Begeleiden, toetsen en rapportage
Vanaf groep 3 toetsen leerkrachten kinderen regelmatig op hun vorderingen op gebied van lezen, rekenen en spelling. De Windroos hanteert hiervoor toetsen die horen bij de gebruikte methodes. Voor het rekenen zijn dit de toetsen bij de methode 'Rekenrijk' en voor spelling gaat het om de toetsen bij de methode 'Zin in taal'-spelling.
Daarnaast gebruiken we ook methode-onafhankelijke toetsen voor het technisch lezen, zoals de één minuut-toets voor het lezen van losse woorden en het AVI-systeem voor het lezen en begrijpen van een tekst. Van elk kind houdt de leerkracht een toetsenoverzicht bij. Daarop is te zien op welk niveau de leerling de stof beheerst en wat de vorderingen zijn ten opzichte van eerdere toetsmomenten. Het toetsenoverzicht geeft bovendien aan hoe het kind presteert ten opzichte van de te verwachte gemiddelde ontwikkeling van kinderen.
De rapportage geeft een overzicht van de ontwikkeling van een kind in de afgelopen periode. Het kan zijn dat een kind onder of boven het gemiddelde niveau van zijn leeftijdsgroep zit. Tijdens het rapportagegesprek bekijkt de leerkracht samen met de ouders welke factoren hierbij een rol kunnen spelen en wat het kind aan extra onderwijs nodig heeft. Samen spreken ze af welke activiteiten de school aanbiedt en hoe ouders in de thuissituatie daarbij kunnen aansluiten. Deze afspraken worden vastgelegd. Na een afgesproken periode evalueren leerkrachten en ouders samen de gestelde doelen en kijken naar het vervolg.
In tegenstelling tot veel basisscholen, nemen wij in groep 8 niet de Cito-eindtoetsen af. In plaats daarvan doen alle kinderen aan het eind van groep 7 de Cito-entreetoets. Deze toets geeft een goed beeld van de kennis en vaardigheden die een kind op dat moment beheerst op het gebied van taal, rekenen en wereldoriëntatie. Aan de hand van de uitkomsten zien we welke stof het kind het komende jaar nog nodig heeft om tot een maximaal resultaat te komen.
In het begin van groep 8 doen de kinderen de Nio-test (Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau). Ook vullen zij een vragenlijst in over hun motivatie, welbevinden en zelfbeeld. De uitslag van de Cito-entreetoets, de Nio-test en de Schoolvragenlijst, de resultaten op school, de ervaringen van de leerkracht met een kind in de groep, de inschatting van de ouders en de voorkeuren van het kind zelf bepalen tenslotte naar welke vorm van voortgezet onderwijs een kind gaat.
| Kinderen in beeld | Systeemaccount |
| | | Specifieke onderwijsbehoefte
Mensen verschillen van elkaar. Ze verschillen in het leren beheersen van schoolse vaardigheden, in gedrag en interesses. Ze verschillen in mogelijkheden èn in beperkingen. Voor kinderen is het waardevol als zij al op jonge leeftijd te maken krijgen met deze verschillen en die leren waarderen. Leerkrachten op de Windroos spelen in op verschillen in begaafdheid en ontwikkelingstempo. Bij vragen over de ontwikkeling van een kind op leer- en/of gedragsgebied bekijken zij steeds wat voor dìt kind de beste aanpak is.
Op school is een intern leerlingbegeleider aanwezig. Samen met de leerkracht stelt zij een handelingsplan op voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Daarbij kijken zij welke begeleiding het kind in de groep kan krijgen en wat extra nodig is. De remedial teacher (RT) en onderwijsassistenten ondersteunen de leerkracht bij de uitvoering van het handelingsplan. De Windroos laat zich wanneer dat nodig is, adviseren door schoolbegeleidingsdienst Eduniek. Ook kan de school een beroep doen op de deskundigheid van de 'zorgcommissie' van Weer Samen Naar School (WSNS). WSNS is een samenwerkingverband van basisscholen en de school voor speciaal basisonderwijs in Wijk bij Duurstede. WSNS streeft er naar om kinderen met ontwikkelingsvragen zoveel mogelijk binnen het reguliere basisonderwijs te laten blijven, door hen daar de juiste begeleiding te bieden. Op die manier biedt de Windroos ook kinderen met specifieke onderwijsbehoeften de kans om hun eigen kompas te ontwikkelen.
| Kinderen in beeld | Systeemaccount |
| | | Naar het voortgezet onderwijs
Windroosleerlingen zijn goed voorbereid op het voortgezet onderwijs en vinden er prima aansluiting. Wij horen regelmatig van de ontvangende scholen dat ze goed voor zichzelf kunnen opkomen, goed hun vragen kunnen formuleren in gesprekken, dat ze goed zelfstandig kunnen werken en hebben leren plannen. Met het maken van verslagen en werkstukken kunnen ze opvallend goed uit de voeten.
De uitstroomcijfers naar hogere vormen van voortgezet onderwijs zijn altijd hoog geweest. Daarnaast blijkt de kwaliteit van ons onderwijs uit de gegevens die wij ontvangen in de vorm van cijferlijsten van scholen voor het voortgezet onderwijs en uit de rapportages van ouders en oud-leerlingen.
De Windroos heeft ook kinderen met specifieke onderwijsbehoeften naar een vorm van voortgezet speciaal onderwijs kunnen begeleiden, die het best aansluit bij hun leermogelijkheden. Ook deze leerlingen stappen over met een rugzak vol verworvenheden.
Oud-leerlingen over de Windroos:
| Kinderen in beeld | Systeemaccount |
| | |
Taalonderwijs
Op de Windroos begint het taalonderwijs bij het schrijven en niet, zoals op veel andere scholen, bij het lezen. De namen van alle kinderen staan duidelijk op de verjaardagskalender, zodat we weten wie op welke dag jarig is. Afspraken die we samen hebben gemaakt, noteren we op een vel papier en hangen we op in het lokaal. In het klassendagboek schrijven kinderen -al dan niet geholpen door de leerkracht- wat ze die dag hebben gedaan. Kinderen leren zo dat je veel belangrijke dingen kunt onthouden door ze op te schrijven. Vanuit deze functie van het geschreven woord, leren ze op natuurlijke en betekenisvolle wijze het lezen.
Vrije tekst
Bij het leren lezen en schrijven is de 'vrije tekst' het uitgangspunt. Kinderen bepalen meestal zélf waarover ze schrijven en in welke vorm ze dat doen.
In de kleutergroepen (groepen 1-2) krijgt een kind een eigen tekstenschrift waarin hij tekeningen maakt. Het kind vertelt over de tekening, de leerkracht schrijft het verhaal erbij. Zo ontdekken kinderen dat je ook kunt opschrijven wat je zegt. Dit is de allereerste stap in het proces van leren lezen en schrijven. Kinderen ontdekken dat er verschillende letters zijn en raken er mee vertrouwd. Ze leren letters uit hun eigen naam kennen, en tekenen die na of maken letters van klei. Later komen ze deze letters weer tegen in andere woorden.
Langzamerhand gaan kinderen steeds meer losse letters herkennen. Na een poosje gaan ze woorden of delen van woorden die ze ontdekt en geleerd hebben, zelf in hun schrift opschrijven. Geleidelijk aan groeit het aantal woorden dat een kind zelfstandig kan lezen en schrijven. Kinderen beseffen dat ze ook zelf nieuwe woorden kunnen maken. Door letters in een andere volgorde te zetten, of door bestaande woorden aan elkaar te plakken. Op die manier verrichten ze hun eigen woord- en letterexperimenten.
Vanaf groep 3 maken alle kinderen een of meerdere keren per week zelf een tekst in hun eigen tekstschrift. Ze doen dit alleen, of met hulp van de leerkracht. Kinderen die de letters wel herkennen, maar nog niet kunnen schrijven, kunnen die ook stempelen. Na afloop tonen kinderen hun teksten en tekeningen aan elkaar in de kring. Ze praten er over en stellen elkaar vragen over de inhoud.
Vervolgens kiest de leerkracht (tot en met groep drie) of de groep (vanaf groep vier) een tekst uit. In de kring wordt de tekst opnieuw bestudeerd en besproken. Beginnende lezers leren letters en woorden herkennen, oudere kinderen kijken naar zinsbouw, spelling, leestekens en opbouw. En natuurlijk krijgen de schrijver en de inhoud van de tekst alle aandacht, vragen en tips.
De leerkracht maakt op basis van de gekozen tekst een aantal verwerkingsopdrachten. Kinderen voeren deze opdrachten zelfstandig uit.
Elk kind volgt zijn eigen ontwikkeling. Kinderen die nog niet alle letters kennen, oefenen systematisch met lettermaterialen zoals legoletters, stempelletters en flanelletters. Kinderen die al wat verder zijn in hun taalontwikkeling worden uitgedaagd om weer een stapje verder te zetten bij het schrijven van hun tekst. De leerkracht geeft aanwijzingen om inhoud, zinsbouw, spelling en woordkeus te verbeteren. Vanaf groep 4 schrijven kinderen de teksten geheel zelfstandig. In de bovenbouw leren kinderen ook letten op grammatica, formulering en stijl.
Beeldend taalgebruik Regelmatig schrijven de kinderen over een afgesproken onderwerp of in een bepaalde vorm, bijvoorbeeld een gedicht. Aan het schrijven gaat een kringgesprek vooraf, waarin kinderen met elkaar het onderwerp verwoorden. De leerkracht nodigt hen uit om dit met sprekende details en zo beeldend mogelijk te doen. Zo ervaren ze samen de rijkdom van de taal.
| Vakgebieden | Systeemaccount |
| | |
Rekenen
Kleuters leren met getallen om te gaan door ‘s ochtends in de kring de leerlingen te tellen.
'Zijn we er allemaal?'
'Hoeveel kinderen zijn er niet?'
Ze kijken naar de kalender.
'Welke dag is het vandaag?'
'Welk cijfer (datum) staat er op de kalender?'
In hun dagelijkse spel werken kinderen met rekenkundige begrippen. Ze bouwen een toren van blokken en nog een toren die even hoog wordt, ze tellen hun boodschappen wanneer ze winkeltje spelen en ze vragen zich af wie de langste van de klas is, of wie het verst kan springen.
Vanaf groep 3 wordt het levend rekenen aangevuld met oefeningen uit de rekenmethode ‘Rekenrijk.’ Deze methode gaat uit van nieuwe inzichten binnen het reken- en wiskundeonderwijs en sluit het meest aan bij onze eigen ideeën, waarin kinderen ruimte krijgen om zelf hun oplossingen en strategieën te vinden. De methode houdt rekening met verschillen tussen kinderen en biedt zowel extra uitleg en leersstof voor kinderen die dat nodig hebben, als verrijkingstof voor snelle rekenaars. Ook vanaf groep 3 behoudt het ‘levend rekenen’ een belangrijke plaats binnen het rekenonderwijs. Aan de activiteiten binnen de kring zitten vaak reken- en wiskunde-aspecten. De leerkracht formuleert samen met de kinderen rekenvragen en zorgt dat er verschillende manieren van oplossen aan bod komen.
Voorbeelden:
| Vakgebieden | Systeemaccount |
| | | Wereldoriëntatie
Aardrijkskunde, geschiedenis en biologie worden op de Windroos niet als aparte vakken gegeven. Wel komen onderdelen van deze kennisgebieden regelmatig aan de orde. Daarbij zoeken we bewust naar hun onderlinge samenhang. Deze benadering noemen we wereldoriëntatie. Kinderen maken studies over onderwerpen die hen op dat moment bezighouden, alleen of in groepjes.
Het proces van onderzoek verloopt in vijf stappen:
- Een heldere vraagstelling
- Het zoeken en verzamelen van informatie
- De gevonden informatie ordenen
- Het uitwerken van de informatie
- Het presenteren van de gevonden antwoorden aan de groep
Hun observaties en bevindingen leggen ze vast; ze schrijven teksten, maken er hun tekeningen bij. Deze studies worden aan de groep getoond en toegelicht. Anderen stellen vragen of leggen hun eigen studies ernaast, ter vergelijking en ter aanvulling. Kinderen luisteren naar elkaar en leren van elkaar. De leerkracht houdt bij welke onderwerpen ter sprake komen, en zorgt er voor dat alle onderwerpen die beschreven staan in de kerndoelen voor basisonderwijs in ieder geval aan de orde komen.
De wereld buiten de deur Je oriënteren op de wereld doe je natuurlijk ook buiten de deur. Natuurwandelingen en excursies horen daarbij. Kinderen uit groep 1-2 bezoeken regelmatig de kinderboerderij waar ze dieren van dichtbij kunnen bekijken, kunnen helpen met voeren en kunnen zien hoe de dieren leven en opgroeien. Alle groepen maken regelmatig een natuurwandeling waarbij gelet wordt op alles wat leeft en groeit in een bepaald jaargetijde. De schooltuin biedt ook veel mogelijkheden tot onderzoek. Deze bestaat uit een moestuin en een plantentuin. In het tuinseizoen wordt er wekelijks door een groepje kinderen gezaaid, geplant, onkruid gewied en later geoogst. De groenten gebruiken we om met de kinderen te koken. In de plantentuin zijn verschillende ‘plekken’ gemaakt: een moerasje, een takkenwal voor vogels, een kleine beestjeshoek, een stukje vlindertuin en een aantal bloemenborders. De kinderen gaan regelmatig kijken in de tuin, doen kleine onderzoekjes en ontdekken er van alles.
Af en toe gaan we op excursie in het kader van een bepaald project. Bijvoorbeeld een bezoek aan een waterzuiveringsbedrijf bij het thema water, of aan het spoorwegmuseum bij een project over treinen. Of een bezoek aan de sterrenwacht bij een project over het heelal.
Voorbeelden:
| Vakgebieden | Systeemaccount |
| | | Windroos digitaal
In iedere groep zijn computers beschikbaar, waarop kinderen kunnen oefenen met spelling, taal en rekenen. De software biedt oefeningen die aansluiten bij de specifieke leerbehoeften van elk kind. Daarnaast kunnen kinderen via internet informatie verzamelen voor onderzoek en projecten. Kinderen krijgen steeds meer mogelijkheden om te werken met digitale presentatievormen, zoals powerpointpresentaties, een persoonlijke pagina, groepspagina’s, de projectenbibliotheek en blogs.
Via het intranet kunnen leerkrachten en kinderen kennis en ervaringen uitwisselen en blijven ouders op de hoogte van de ontwikkelingen van kinderen, de groepen en de school. | Vakgebieden | Systeemaccount |
| | | Expressievakken
Expressievakken is een overkoepelende naam voor handvaardigheid, tekenen, textiel, drama, muziek, dans en taalexpressie. Kinderen krijgen informatie over materialen en gereedschappen en gaan daarmee aan de slag. Ieder op zijn eigen manier, alleen of in groepjes. Ze knutselen bijvoorbeeld samen een kasteel voor de kijktafel over de middeleeuwen, maken een decor voor een toneelstuk, zetten een hoorspel in elkaar of weven een boekenlegger voor de leesboeken. Kinderen laten in de kring trots hun werk zien. Alle resultaten hebben het recht getoond te worden. In een sfeer van vertrouwen geven kinderen elkaar tips voor verbeteringen en komen zo samen weer op nieuwe ideeën.
Door een bezoek aan een theater, -dans-, muziek- of filmvoorstelling maken kinderen kennis met verschillende podiumkunsten. Deze voorstellingen zijn speciaal voor basisschoolkinderen en worden georganiseerd door Kunst Centraal. | Vakgebieden | Systeemaccount |
| | | Bewegingsonderwijs
Op de Windroos krijgen alle kinderen gymnastiekles van een vakleerkracht.
Kinderen uit de groepen 1 en 2 krijgen les in het speellokaal in ons eigen schoolgebouw. Vanaf groep 3 gaan kinderen twee keer per week naar de sporthal. Tijdens de gymnastieklessen leren kinderen verschillende bewegingstechnieken zoals gooien, werpen, klimmen, springen en slaan met bijvoorbeeld een racket of honkbalknuppel. Ook maken ze kennis met verschillende teamsporten, zoals volleybal, honkbal, basketbal en hockey. Spelenderwijs leren kinderen zich te oriënteren in de ruimte. Ze ontdekken de mogelijkheden van hun eigen lichaam, leren rekening houden met elkaar en zich aan de spelregels te houden. Kinderen van de Windroos doen regelmatig mee aan sporttoernooien die speciaal voor de basisscholen in Wijk bij Duurstede worden georganiseerd.
Ook buiten de gymnastieklessen om is voldoende ruimte voor spel en beweging. Onder leiding van de leerkracht gaan de kleuters dagelijks naar het speellokaal voor spel, dans en drama. Of ze spelen buiten tikkertje of op het klimrek. In de berging vinden ze van alles om mee te spelen: karren, scheppen, kleden en planken om mee te bouwen. Ook in de hogere groepen is aandacht voor verschillende vormen van spel en beweging zoals dansen, kring- en tikspelen, touwtjespringen en steltenlopen.
| Vakgebieden | Systeemaccount |
| | |
Rekenen met schoenen (groep 2-3)
In de kring staat een tafel met een grote berg schoenen. Kinderen krijgen de opdracht om al deze schoenen in groepjes te sorteren. Ze overleggen met elkaar hoe ze dit het beste kunnen aanpakken, en komen daarbij op allerlei ideeën. Zo kun je schoenen sorteren op zomer- en winterschoenen, op mannen- en vrouwenschoenen, volwassen maten en kindermaten, op donkere en lichte kleuren. Kinderen leren zo orde aan te brengen op basis van vorm, kleur en maat.
Zodra de schoenen netjes zijn gegroepeerd, vraagt de leerkracht welke stapel de meeste, en welke stapel de minste schoenen heeft. Ook moeten kinderen raden hoeveel paar schoenen er in totaal op tafel liggen. Alle getallen die worden genoemd, schrijft de leerkracht op het bord. Daarna tellen de kinderen de verschillende groepen schoenen zelf na. Dat gebeurt in sprongen van 2-4-6-8 enzovoorts. De kinderen komen er nu achter dat de hoogste stapel niet per definitie uit de meeste schoenen hoeft te bestaan.
Nu ze weten hoeveel schoenen er op elke stapel ligt, kunnen ze deze aantallen in één keer bij elkaar optellen;
10 paar kinderschoenen + 8 paar damesschoenen + 6 paar herenschoenen = 24 paar schoenen.
De kinderen vergelijken deze uitkomst met de getallen die op het bord staan. Wie zat er het dichtst bij?
| Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | | Hoeveel leerlingen passen er in een dikke man? (groep 7-8)
Tijdens School TV weekjournaal kijkt groep 7/8 naar nieuwsitem over overgewicht. Dat gaat over een man die 561 kilo weegt. De man kan zich nauwelijks nog bewegen en moet dus flink afvallen. Dat lukt. Na een tijdje weegt hij nog maar 311 kilo. Na afloop bespreken de kinderen met de leerkracht de televisieuitzending in de kring. Een van hen vraagt: 'Welke kinderen uit onze groep zijn samen even zwaar als die man?'
Om hierop een antwoord te krijgen, moet iedereen worden gewogen. Twee kinderen zorgen ervoor dat dit gebeurt. Zij maken een lijst en noteren daarop van elk kind het gewicht. Daarna zoekt een groepje leerlingen uit welke kinderen samen beide gewichten van de man het dichtst benaderen. Na afloop blijken 13 leerlingen samen bijna 561 kilo te wegen. Negen leerlingen wegen samen ongeveer 311 kilo.
Van beide groepen leerlingen wordt een foto gemaakt. Op internet vinden leerlingen verschillende afbeeldingen van de dikke man; één van de man met zijn oorspronkelijke gewicht, en één nadat hij is afgevallen. Ze plakken de foto’s van de kinderen bij deze twee afbeeldingen. Nu is duidelijk te zien welke kinderen samen even zwaar zijn als de man uit de televisie-uitzending.
| Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | | Zon-ne-bloem-en-huis-je
Ynte logeerde tijdens de zomervakantie in het zonnebloemenhuisje. Pas begonnen in groep 3 was dat het verhaal dat hij vertelde in de kring. Hij maakte er een tekening en een tekst over. Samen met de andere kinderen ontdekte hij dat er in dat lange woord allerlei andere woorden verstopt zaten: zon, bloem, huis, huisje, is, zonnebloem, en, je….
| Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | | Lezen
Leren lezen begint met het kijken in prentenboeken en met voorlezen. Kinderen in groep 1 en 2 gaan regelmatig naar de bibliotheek. Daar zoeken ze boeken die aansluiten bij thema’s waarmee de groep op dat moment bezig is. Kinderen uit hogere groepen halen boeken uit de leeshoek in de klas, of uit de schoolbibliotheek.
Om technisch goed te leren lezen, maken we op de Windroos gebruik van het AVI-systeem. Vanaf AVI 2 gaan kinderen 'tutorlezen'. Tutoren, meestal leesmaatjes genoemd, worden gekoppeld aan een leeskind. Een tutor is een leerling die minimaal 2 AVI niveaus hoger leest dan het leeskind. Samen kiezen ze een boekje uit. Op een registratieblad noteren ze hoe het lezen gegaan is. Het samen oefenen en het vooruit helpen van het leeskind is het voornaamste doel van het tutorlezen.
Zodra kinderen redelijk goed kunnen lezen, doen zij mee aan de leesateliers. Leesateliers bieden kinderen uiteenlopende vormen van lezen aan. Zoals het lezen van kranten, tijdschriften, poëzie, handleidingen en gebruiksaanwijzingen, kookrecepten, woordenboeken en encyclopedieën. Kinderen leren op die manier onderscheid te maken tussen verschillende manieren van lezen; functioneel lezen, ordenend lezen, informatievergaring of recreatief lezen. | Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | | Projecten
Op de Windroos is veel aandacht voor projecten waarbij kinderen langere tijd aan een bepaald thema werken. Een project biedt gelegenheid om een onderwerp van verschillende kanten te bekijken en uit te diepen, waarbij de verschillende vakgebieden zo breed mogelijk worden ingezet. Taal, rekenen, wereldoriëntatie, handvaardigheid en drama kunnen allemaal aan bod komen binnen één project. Kinderen maken verslagen van hun projecten, die zij presenteren in hun groep. Via de digitale projectenbibliotheek op intranet kunnen ook andere kinderen hun werk bekijken en gebruiken. | Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Wereld van stenen
Wekenlang is groep 2-3 in de ban geweest van het stenenproject. Vera Ellen, de leerkracht, heeft een lavasteen meegenomen van La Palma. Kinderen bekijken de steen samen met plaatjes en foto’s van vulkanen, omdat lavasteen daar uitkomt. Ort, Paolo en Anne schilderen prachtige vulkanen. Steeds meer kinderen nemen stenen mee naar school. Ze stellen vast dat stenen uit de bergen er heel anders uitzien dan lavasteen. Op een dvd zien ze hoe stukken steen van de bergen losraken en door de rivier worden meegevoerd en hoe stenen in de rivier glad worden door tegen elkaar aan te schuren en dat zand dus eigenlijk uit allemaal piepkleine steentjes bestaat.
Sorteren en splitsen
Stenen kun je ook goed sorteren; op kleur, vorm, glad of ruw, en van klein naar groot. Je kunt er ook mee rekenen. De kinderen oefenen allerlei splitsingen (een van kerndoelen van het rekenonderwijs) met behulp van stenen. Bijvoorbeeld hoe je 9 stenen in 5 witte en vier gekleurde stenen kan splitsen. Maar ook in 6 ruwe en 3 gladde of in 7 grote en 2 kleine. Door samen over stenen te praten en naar elkaar te luisteren borrelen steeds weer nieuwe ideeen op.
Huizen bouwen
Zo vertelt Ort dat zijn oom metselaar is en huizen bouwt van stenen. Hoe doe je dat? vragen de kinderen zich af. Ze besluiten om de oom uit te nodigen. Dan worden de taken verdeeld. Wie schrijft de brief? Wat komt er in te staan? Hoe verstuur je een brief? Wie gaat dat doen? Op de dag dat de oom-metselaar een demonstratie komt geven, mogen kinderen samen met hem een muurtje metselen. Er worden foto’s gemaakt en kinderen schrijven op wat ze over het metselen geleerd hebben.
Beeldhouwkunst
Het bezoek van de metselaar brengt een ander kind weer op het idee om ook een beeldhouwer uit Cothen uit te nodigen. De beeldhouwer neemt een aantal werken mee en bekijkt die samen met de kinderen. Wat zien ze? Waar doet het beeld aan denken? Wat voor gevoel zou het kunnen uitdrukken? Dan gaan de kinderen zelf aan de slag met speksteen en beitels om hun eigen 'kunstwerk' te maken.
Uitdrukkingen
Weken daarna blijven kinderen experimenteren met gezichtsuitdrukkingen. Hoe kijk je kwaad? Hoe kijk je verdrietig? Hoe kijk je verbaasd? Hoe kijk je boos? Ze maken beeldjes van klei en gips met als thema’s 'boos', 'verdrietig', 'blij' en 'vriendschap'. De beeldencollectie wordt later op een grote tafel in de klas geëxposeerd. | Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | |
De broers Onno en Sytse Faber runnen samen een internetbedrijf. In 1998 behaalde Onno de eerste prijs bij Thinkquest, de internationale competitie voor het ontwikkelen van educatieve websites. Sytse werd in 1999 tweede, net als Onno in 2000. Onno en Sytze zaten van 1985 tot 1995 op de Windroos.
"Onderwijs is meer dan het consumeren van kennis, het is ook het leren omgaan met kennis en verzelfstandiging. Als je binnen het onderwijs zelfstandige keuzes gaat waarderen in plaats van bijvoorbeeld goede cijfers halen, worden fouten meer geoorloofd. Een fout is een voorbode van progressie en per definitie goed voor de persoonlijke ontwikkeling. Fouten die in een proefwerk zijn aangegeven met rode strepen zijn straffend, waardoor het woord 'fout' zo’n negatieve lading heeft. Iemand die bang is om een fout te maken, wordt beperkt in het uiten van zijn gedachten. Fouten die in hun proefwerk bijvoorbeeld met groen zijn aangegeven, zorgen voor een positievere lading."
| Kinderen in beeld | #WR Christine van der Stoel |
| | | Enthousiamse en creativiteit
Jorien Posthouwer werkt als activiteitenbegeleider in een psychiatrisch ziekenhuis. Haar basisschooltijd bracht ze door op de Windroos, net als haar twee oudere broers.
"Alledrie zijn we creatief en we werken graag met mensen. Mijn broer Paul woont in Berlijn en werkt daar in een internationaal fitnesscentrum als trainingsmanager. Mijn broer Joost is werkzaam in het praktijkonderwijs voor moeilijk lerende kinderen. Wat frappant is, is dat wij allen werkzaam zijn met mensen en waar een beroep gedaan wordt op onze creativiteit. Ik denk dat de basis hiervoor op de Windroos gelegd is. Als ik terugkijk naar mijn eigen leerperiode, herinner ik mij de weeksluitingen, jaarfeesten, schoolkampen, eigengemaakte liedjes voor onder andere Sinterklaas, kerst en jaarfeesten. Dit alles werd volgens mij gevoed door het enthousiasme en de creativiteit van docenten én van ouders. Ik merkte dat ouders betrokken waren bij het reilen en zeilen van de school." | Kinderen in beeld | #WR Christine van der Stoel |
| | | Je leert je eigen weg kiezen
Winnifred Wijnker is na de Windroos naar het Montessori Lyceum Herman Jordan in Zeist gegaan. Zij studeerde filmwetenschappen in Utrecht en volgde een Masteropleiding Politieke en Sociale Filosofie in Amsterdam.
"Op de Windroos is iedere leerling een uniek individu, met eigen wensen, talenten en vermogens. Dit wordt op deze school als uitgangspunt genomen, zodat ieder kind een individuele leerweg op maat kan volgen. Door samen te werken aan projecten, blijft de band met de groep behouden. Het grootste project is het zomerfeest. De verhalen die werden gespeeld en de liedjes die werden gezongen kwamen ook op middelbare school ontzettend goed van pas en zelfs lang daarna. Windrooskinderen zijn mondig en creatief. Ze gaan uit van de bediscussieerbaarheid van alles. Je leert je eigen weg te kiezen en de ander te helpen de zijne te vinden. Dat vind ik belangrijker dan je mond kunnen houden!" | Kinderen in beeld | #WR Christine van der Stoel |
| | | Een ochtend in de schooltuin
De eerste vrijdag na de zomervakantie gaat een groep kinderen aan het werk in de schooltuin. Samen met hulpouders Petra en Yolanda.
Alles is in de vakantie zo hard gegroeid dat Petra voorstelt om te beginnen met een ‘speurtocht’ naar groenten, vruchten en bloemen. De paadjes zijn helemaal overwoekerd. Timo pakt al snel een snoeischaar om de bladeren van de pompoenen terug te knippen, zodat je weer over de paadjes kunt lopen. Jim en Jermaine halen een heleboel onkruid weg. Jim krijgt een mooi idee voor boeketjes in het winkeltje. Je kunt de bloemen in het midden door een groot pompoenblad steken. Dat ziet er inderdaad heel leuk uit.
Lana bindt omgevallen planten op met Petra. Daarna gaan ze prei en boerenkool planten. Timo ontdekt samen met Liselot een hele grote pompoen. De grote pompoen wordt geoogst. We bewaren hem voor de grote pompoenkookwedstrijd die we binnenkort met alle groepen op school gaan houden. Nienke en Merel maken bosjes van kruiden die ze later in de tuinwinkel kunnen verkopen.
Even later vinden we op een groot blad van de courgetteplant een bolletje van pluizige draadjes. Als we goed kijken, zien we onder de draadjes een klein groen rupsje. "Hé," zegt Nienke. "Een rupsje. Je ziet hem er nog in zitten. Hij is een cocon aan het maken." "Kijk," wijst Merel. "Hij heeft hier van gegeten." Er zitten gaatjes in het blad. Ze zetten het blad in een glas water om het straks aan andere kinderen te laten zien.
Intussen maken Liselot en Timo thee van munt en citroenmelisse. Als iedereen de thee op heeft maken we een oogsttafel in de hal. Daarop komen de pompoen, een mooie courgette, een hele grote zonnebloem die was omgevallen en een boeket met bloemen. Dan is het elf uur en tijd om weer naar de klas te gaan.
Vlak voor de weeksluiting maken Merel, Nienke en Isa het kraampje klaar. De bloemen en kruiden worden mooi neergezet en er komen prijskaartjes bij te liggen. Merel en Nienke oefenen de namen van de kruiden nog een keer, want ze gaan op de weeksluiting vertellen wat in het winkeltje te koop is. Trots staan ze na schooltijd achter de kraam de spullen te verkopen. Als bijna alles is verkocht, tellen ze wat ze verdiend hebben: 3 euro 70. Het geld gaat in een geldkistje. Later kunnen daar weer dingen voor de tuin van worden gekocht.
| Vakgebieden | #WR Christine van der Stoel |
| | | Boekenfeest
Elk jaar vieren we op de Windroos het boekenfeest. Het boekenfeest valt samen met de kinderboekenweek. Het landelijke thema wordt in alle groepen besproken en uitgewerkt. Zoals bijvoorbeeld het thema ‘Gedichten’ tijdens de Kinderboekenweek in 2008. Kinderen kregen de opdracht om verschillende vormen poëzie te bestuderen. Ze namen dichtbundels mee van huis, lazen elkaar daaruit voor en gingen vervolgens zelf aan de slag met het dichten. Ze leerden over verschillende dicht- en rijmschema’s en pasten die toe door zelf limericks en haiku’s te schrijven. Kinderen stelden zelf dichtbundels samen van zelfgeschreven gedichten en gedichten die ze hadden overschreven uit boeken. Aan het einde van de week, tijdens de weeksluiting, droegen kinderen verschillende werken aan elkaar voor en luisterden naar elkaars gedichten.
| Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | | Emigreren
Lude uit groep 3 gaat emigreren naar Spanje. Tijdens het kringgesprek praten de kinderen over haar aanstaande vertrek. In plaats van 28 kinderen telt de klas straks nog 27 kinderen. Maar hoeveel kinderen zitten er nu eigenlijk op de hele school? Welke groep telt de meeste, en welke de minste kinderen? De kinderen besluiten om alle leerlingen van de Windroos per groep te tellen. Daar zijn ze een paar dagen mee bezig. Ondertussen komt Matthijs met een krantenknipsel waarop een staafdiagram staat afgebeeld. Samen met de leerkracht praten de kinderen erover. Wat is een staafdiagram? Wat doe je ermee? Hoe kun je het gebruiken? Een groepje kinderen gaat samen met de leerkracht een staafdiagram maken. Ze ontdekken dat ze hun eigen tellingen niet alleen in cijfers kunnen uitdrukken, maar ook zichtbaar kunnen maken met behulp van mooie, kleurige staven. In één oogopslag zien ze nu welke groep de meeste, en welke groep de minste leerlingen telt. | Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |
| | |
Voetballen op het schoolplein
Melchior uit groep 7/8 wil graag met zijn vrienden voetballen op het schoolplein. Tijdens de vergaderkring vraagt hij zich af of de stenen bankjes op het schoolplein niet weg kunnen, zodat er meer ruimte is om te voetballen. De kinderen besluiten om de vraag van Melchior op de agenda van de schoolkring te zetten. De schoolkring besluit dat de bankjes niet weg kunnen, omdat die worden gebruikt om te spelen. Het voorstel is om een kleiner voetbalveld te maken en pionnen te zoeken waarmee Melchior en zijn vrienden de goals kunnen aangeven. Andere kinderen houden daar tijdens het buitenspelen rekening mee. | Werkvormen | #WR Christine van der Stoel |