Lezen
Leren lezen begint met het kijken in prentenboeken en met voorlezen. Kinderen in groep 1 en 2 gaan regelmatig naar de bibliotheek. Daar zoeken ze boeken die aansluiten bij thema’s waarmee de groep op dat moment bezig is. Kinderen uit hogere groepen halen boeken uit de leeshoek in de klas, of uit de schoolbibliotheek.
Om technisch goed te leren lezen, maken we op de Windroos gebruik van het AVI-systeem. Vanaf AVI 2 gaan kinderen 'tutorlezen'. Tutoren, meestal leesmaatjes genoemd, worden gekoppeld aan een leeskind. Een tutor is een leerling die minimaal 2 AVI niveaus hoger leest dan het leeskind. Samen kiezen ze een boekje uit. Op een registratieblad noteren ze hoe het lezen gegaan is. Het samen oefenen en het vooruit helpen van het leeskind is het voornaamste doel van het tutorlezen.
Zodra kinderen redelijk goed kunnen lezen, doen zij mee aan de leesateliers. Leesateliers bieden kinderen uiteenlopende vormen van lezen aan. Zoals het lezen van kranten, tijdschriften, poëzie, handleidingen en gebruiksaanwijzingen, kookrecepten, woordenboeken en encyclopedieën. Kinderen leren op die manier onderscheid te maken tussen verschillende manieren van lezen; functioneel lezen, ordenend lezen, informatievergaring of recreatief lezen.