|
|
|
|
|
|
|
|
|
De basis is de windroos; het verbeeldt het kompas waarmee elk kind zijn eigen koers bepaalt. Tegelijkertijd is dit het symbool voor de open kring, waarin het onderwijs plaatsvindt. Die zie je ook terug in het schoolgebouw; een open kring van groepen rondom de centrale hal (onze ‘kuil’). Op deze basis vinden we de balans voor een goede toekomst. |
|
|
Op de Windroos staan de ervaringen van kinderen centraal. Zij leren hier samen werken en samen spelen. Levend leren noemen wij dat. Dat zie je ook terug in de vieringen in ons onderwijs en in het plezier waarmee leerkrachten, ouders en kinderen samen de school vormgeven. |
|
|
De muzieknoot staat voor musische vorming; drama, dans, muziek, handvaardigheid en beweging. Maar ook voor creativiteit en gesprek; de toon van ons onderwijs.
|
|
|
De wereldbol staat naast wereldoriëntatie, ook voor betrokkenheid bij de omgeving, het hier en nu en het kennen en begrijpen daarvan. |
|
|
Bouwen is belangrijk; van het spelen in de blokkenhoek tot het rekenen; kinderen groeien stap voor stap in kunnen en doen. |
|
|
Ook de natuur is een belangrijk onderdeel van ons onderwijs. Kinderen leren daarmee omgaan. En met elkaar. Veiligheid en welbevinden zijn een belangrijke basis voor kinderen. |
|
|
Op een natuurlijke manier leren kinderen lezen, schrijven en rekenen. De ontwikkeling van deze vaardigheden helpt hen om hun wereld te kennen en te begrijpen. |
|
|
Spelen is leren; vanuit zijn eigen wereld ontdekt een kind wat hij kan en ontwikkelt een eigen koers. Zelfsturing noemen we dat. Spel betekent ook bewegen; kinderen doen dat en het vernieuwings-onderwijs op de Windroos beweegt mee. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|